We raden je sterk aan om het document op een computer in te vullen (en niet met de hand) om de behandeling te versnellen.
Elke natuurlijke persoon die de Belgische nationaliteit heeft, en elke EU-vreemdeling of niet-EU-vreemdeling die onbeperkt in België verblijft, kan een verbintenis tot tenlasteneming ondertekenen voor elke onderdaan van een derde land die in het kader van een kort verblijf in België wenst te verblijven, op voorwaarde dat hij over voldoende inkomsten beschikt.
Deze verbintenis tot tenlasteneming moet in overeenstemming zijn met de bijlage 3bis van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981. De garant moet de rubrieken A en B van het eerste deel leesbaar, zonder doorhalingen of wijzigingen, invullen en in de rubriek D ondertekenen. Vervolgens moet hij zijn handtekening laten legaliseren bij het gemeentebestuur van zijn verblijfplaats.
Een verbintenis tot tenlasteneming wordt als een geldig bewijs van voldoende bestaansmiddelen voor een kort verblijf in België beschouwd indien ze aanvaard wordt door de Dienst Vreemdelingenzaken of door de Belgische ambassade of het Belgisch consulaat waaraan de verbintenis samen met de visumaanvraag wordt voorgelegd.
Doel
Een niet-EU-vreemdeling die zich voor een kort verblijf [maximum 90 dagen voor elke periode van 180 dagen] naar België begeeft, moet beschikken over voldoende bestaansmiddelen, zowel voor de duur van het beoogde verblijf als voor de terugkeer naar het land van herkomst.
Voor een kort verblijf in België moet deze vreemdeling bewijzen dat hij persoonlijk op zijn minst over 95 euro per dag, indien hij in een hotel verblijft en op zijn minst 45 euro per dag, indien hij bij een particulier verblijft, beschikt.
De vreemdeling die niet over voldoende persoonlijke bestaansmiddelen beschikt, of die geen geldige bewijsstukken kan voorleggen, kan een beroep doen op een garant. De verbintenis tot tenlasteneming die door deze garant ondertekend wordt en door de Belgische overheden aanvaard wordt, wordt als een geldig bewijs van voldoende bestaansmiddelen van de ten laste genomen vreemdeling beschouwd wanneer hij een binnenkomstvisum voor de Schengenruimte aanvraagt of wanneer hij zich aan de buitengrenzen van deze ruimte aanbiedt.
Wie kan garant zijn?
Elke natuurlijke persoon die de Belgische nationaliteit heeft, en elke EU-vreemdeling of niet-EU-vreemdeling die onbeperkt in België verblijft (B-, C-/K-, D-/L-, E-/EU, E+-/EU+-,F-, F+- of M-kaart) kan een verbintenis tot tenlasteneming ondertekenen, op voorwaarde dat hij over voldoende inkomsten beschikt.
De garant moet één verbintenis tot tenlasteneming per persoon ondertekenen.
Een verbintenis tot tenlasteneming kan slechts door één garant ondertekend worden.
Hoe bewijst de garant zijn kredietwaardigheid?
De garant toont aan dat hij over voldoende bestaansmiddelen beschikt om de vreemdeling(en) die hij ten laste neemt te onderhouden.
DVZ neemt volgende bestaansmiddelen in aanmerking:
- inkomsten uit arbeid in loondienst of uit zelfstandige activiteiten
- toelagen van de overheid zoals pensioen, werkloosheidsuitkeringen, invaliditeitsuitkeringen
- inkomsten uit de verhuur van onroerend goed waarvan de garant eigenaar is
Bovendien legt de garant elk nuttig document voor ter evaluatie van het bedrag van de inkomsten waarover de garant beschikt.
Welke documenten legt de garant voor?
- Als de garant een werknemer is, legt hij zijn drie laatste loonfiches voor. Andere mogelijke bewijzen zijn onder meer:
- pensioenfiches
- het bewijs van werkloosheidsuitkeringen
- rekeninguittreksels van de laatste drie maanden
- het aanslagbiljet in de personenbelasting betreffende het aanslagjaar voorafgaand aan het jaar van binnenkomst of van visumaanvraag
- Een zelfstandige bewijst zijn inkomsten met zijn meest recente aanslagbiljet in de personenbelasting.
Richtbedragen
Bij de beoordeling van de kredietwaardigheid hanteert DVZ richtbedragen. Als de inkomsten lager zijn dan het richtbedrag, kan DVZ oordelen dat de garant niet kredietwaardig is. DVZ kan ook rekening houden met elementen zoals de huisvestingsomstandigheden en het bestaan van een andere verbintenis tot tenlasteneming waarvoor de garant nog aansprakelijk is. Vanaf 1 december 2023 geldt een nieuw richtbedrag én sinds 3 juni 2024 ook een verhoging van het aan te tonen richtbedrag indien de garant meerdere tenlastenemingen wenst te ondertekenen.
Volgens een nieuw beleid van DVZ moet de garant bovendien beschikken over inkomsten waarvan het bedrag minstens gelijk is aan 120% van het leefloonbedrag (categorie samenwonende met gezinslast).
Kostprijs
Gratis.
Downloads
- Bijlage 3bis.pdf762,1 Kb pdf
- Informatiebrochure voor garanten.pdf226 Kb pdf
